hier ben ik

Wil je meer weten over de zin(nen) van mijn leven? Klik op de groene menu-knop.
Maar ook onder de bank en de zee kan je verder lezen…

IMGP4645

Advertenties

dagen van leven en van dood

De ochtend breng ik door met hen die er niet meer zijn. Ik sta op met haar die ik warm in het hart draag. En ik word wakker met degenen die ik zwart op wit in de krant vind. Tussen het nieuws van de wereld zoek ik altijd weer de dood. Moeite kost het niet, de dood vinden. De wereld is er vol van. Maar zwart omlijnd lichten de rouwberichten op uit de duisternis van verdriet.
Tussen de regels door lees ik de mensen. Of hij zonder zijn titels ook vader was, geliefde, vriend, mens. Denk ik in mijn volle hoofd. Anderen laten zich niet in titels schrijven. Zij leefden in de kantlijn. Of schreven liever voetnoten. Misschien.
Ik tel de jaren en hoe oud ze werden. Oud genoeg om dood te mogen gaan. Of te jong om al geleefd te hebben. En ik kijk naar de dagen van leven en van dood. Of ze hun verjaardag van dit jaar nog haalden. Of hoe geboorte en dood soms wonderlijk toevallig samenvallen, dag op dag met slechts jaren tussen.
Dan denk ik aan mijn dag. Die ik niet ken. En hoe ik al 41 keer ontwaakt en weer gaan slapen ben. Op de dag van mijn dood, ooit. En hoe er jaar na jaar levensbelangrijke en doodgewone dingen op gebeuren.
De dag van mijn dood ligt verborgen in de agenda van mijn leven. Gelukkig maar, dat ik hem niet ken. Ik zou de jaren niet meer optellen, ik zou de dagen aftellen. Tot de dag dat mijn leven ingekaderd wordt als een bericht in de krant. Of als een brief aan vrienden, liefst.
Dan lezen ze mijn komma ’s en mijn voetnoten en mij tussen de regels. Dan kunnen ze de ochtend met me doorbrengen. En denken aan hun dag.

Het werd stil op Zinnenstebuiten. De teksten die ik met de wereld wil delen, lees je nu op mijn website. Bij ‘lees me’ natuurlijk. Kom dus af en toe eens kijken en laat je raken.
Even zorgzaam als met mijn eigen woorden, ga ik ook om met teksten van anderen. Kan ik je helpen met copywriting of eindredactie – van zakelijk tot inspirerend – vraag me, schrijf me.
Welkom. Daar. Nu en dan.

de smaak van weemoed

Vandaag kocht ik een herinnering. Ik liet ze inpakken in een doosje. Met een strik errond. De meeste herinneringen laten zich niet inpakken. Ze overvallen je vanuit ongeziene ogenblikken. Maar deze nam ik tussen de dagelijkse zorgen mee naar huis. Nu niet, nog niet, hield ik ze tegen. Tot de avond leefde ze alleen in mijn gedachten. Ik wachtte tot het moment stiller was en ik zonder omstaanders. Toen nam ik het doosje en de herinnering eruit. Als een witte praline van Leonidas.
Hoe mijn moeder er zichzelf soms mee beloonde, vroeger. Hoe ik ze openbrak en haar met geduld in kleine beetjes het romige binnenste gaf, later. Ondanks haar haperend slikken.
Ze smaakte als weemoed, de herinnering. Eentje is genoeg voor vandaag. Sommige herinneringen proef je beter behoedzaam. Net als chocolade.

adem

Soms schreef ik aan mijn moeders bed: woorden, herinneringen, mijn toekomst.
Vaker keek ik naar buiten of diep naar binnen. Maar altijd was er het opkijken – van het scherm, van de wereld, van mezelf – bij haar adem die plots stopte. Het dichterbij gaan dan. En als bij een kind dat diep slaapt: een wang bij haar mond houden. De opluchting als daar na even toch weer een zuchtje lucht langs streek. Spaarzaam. Want bijna haar laatste. Voorzichtige vingers op haar dunne haren leggen, aarzelen en toch zeggen dat het goed is zo, haar even in de verre ogen kijken.
In zo ’n ogenblik wist ik niet wat ik had moeten hopen. Dat ze haar adem weer vond. Of dat ze zachtjes haar leven had mogen uitblazen. Nog een laatste keer. Alle kaarsjes tegelijk.
En of ze dan een wens mocht doen?
In de nacht waarin ze haar adem verloor: een regen van vallende sterren. Vanuit haar sterrenbeeld. Alsof ze terugging naar waar ze vandaan kwam.
En of ze dan een wens mocht doen.

mijn kop

Dat ik raar in mijn kopje roer. Merkten mijn dochters een tijd geleden verwonderd op. Sinds toen begrijp ik waarom ik koffie drinken zo vermoeiend vind. Roerend met mijn lepeltje laat ik het intussen ook ronddraaien tussen duim en wijsvinger. Vóór hun opmerking was roeren in een kop koffie pure intuïtie. Nu doe ik verwoede pogingen om het anders te doen. Maar intussen vergroeide het hardnekkig met mijn hand, het lepeltje. Zoals mijn andere hand met een lok haar, om krullend bij mezelf te komen.
Vele koffies later viel het deze week in zijn plooi, het lepeltje en meteen ook het heelal. Mijn oudste dochter studeerde haar toets over de maan die draait. Dat ging vlot, het studeren. Gelukkig, want ze weten dat ze op me kunnen rekenen, mijn dochters, maar niet voor cijfers en de logica van het hoofd. Daarvoor schakel ik een hulplijn in, mijn wetenschapper in huis. Hemel en aarde zijn we. Met het hoofd tussen de sterren, ik. Met de voeten op aarde, hij. Ergens daartussen vinden we elkaar. Zijn missie deze week: onze dochter ondervragen en mij de maan verhelderen, met didactisch materiaal uit de fruitmand. Een rijpe tomaat werd de zon, een mandarijn stelde de aarde voor en een kerstomaatje verbeeldde de maan. Van eerste kwartier tot laatste kwartier, mijn wetenschapper liet de maan en de aarde draaien, de maan rond de aarde en rond haar as. Stil stond de tomaat te schijnen, nu eens op de voorkant dan weer op de achterkant van de maan. Een donkere kant heeft de maan dus niet, wist hij. In tegenstelling tot mezelf, dacht ik. Van maan tot maan leef ik, ergens tussen melancholie en verduistering.
‘En weet je wat straf is,’ zei mijn wetenschapper tegen onze dochter maar zijdelings ook tegen mij – mijn gedachten alweer cirkelend in banen in mijn hoofd – ‘eigenlijk draait de maan rond de aarde zoals mama in haar kopje koffie roert. Daarom zien we nooit haar achterkant, van de maan.’
Of hoe mijn draaiend lepeltje een alomvattende verklaring krijgt, mijn roeren een weerspiegeling van de kosmos is. Wat een inzicht heeft hij in mijn kop.

catharsis

Zeldzaam zijn ze in mijn leven. Avonden daverend van muziek. Omdat ik ze zorgvuldig mijd of uitkies – liever laat ik me languit liggend verleiden door woorden en klank – en misschien ook omdat ik geen blijf weet met mijn lichaam. En met mijn glas. Schaduw tussen de schaduwen, wiegend, springend. Blij dat ik niet vlak achter de man sta die zich helemaal laat gaan en die ik bewonder, net daarom.
Daar in het donker tussen de massa vind ik houvast bij mezelf en tegen de houten wand, die trilt wat ik hoor en voel. En dan gebeurt het. De bas neemt het over van mijn hart. Dan stromen de tranen en twee nummers later raap ik in het donker dapper mijn leven bij elkaar en weet ik dat ik gelukkig ben. En als ik nog niet helemaal, dat ik het aan het worden ben. Gelukkig en dichter bij mezelf.
Dit is dus een catharsis – komt mijn hoofd tussen  – zoals in de oude lessen Grieks. Mijn hoofd komt wel vaker tussen, soms met verstandige dingen. Meestal valt het in herhaling. Maar mijn hart zegt dat het klopt. En daar sta ik, schaduw tussen de schaduwen, mens tussen de mensen. Gelouterde kleine held van mijn leven.
Warm wandel ik de koude nacht in en het klopt nog steeds, zoals de muziek in mijn oren. En daar liggen ze. Een man en een vrouw en tussen hen in een kind dat een doosje bestudeert. Zoals een baby dat doet met vingers en ogen en mond. En mensen gaan uit en naar huis en aan hen voorbij. En ik weet dat het niet klopt. Dit weggegooide, niet opgeraapte leven. En de wereld die hen achterlaat in de donkerte van het lot. Dat dit pas een catharsis is, dat weet mijn hoofd. In al je raakbaarheid geraakt worden door het drama van de wereld, de tragedie van de echte held.